Ga naar hoofdinhoud
Kiso Installatietechniek logo Kiso Installatietechniek logo wit
Terug naar blog

Nieuwe regelgeving rond koudemiddelen en certificering: wat verandert er voor installateurs en opdrachtgevers?

21 Aug 2026 10 min leestijd

De regels rond koudemiddelen zijn aangescherpt. In dit artikel leest u wat de nieuwe F-gassenverordening, de aangepaste certificering en de Nederlandse overgangsdata betekenen voor airco’s, warmtepompen, monteurs en opdr...

Wie werkt met airco’s, warmtepompen en andere koeltechnische installaties heeft het al gemerkt: de regelgeving rond koudemiddelen is in beweging. Dat is geen detail voor op de achtergrond, maar een fundamentele wijziging in de markt. Niet alleen het type koudemiddel staat onder druk, ook de eisen aan kennis, veiligheid, certificering en bedrijfsvoering worden strenger.

De kern van die verandering ligt in de nieuwe Europese F-gassenverordening (EU) 2024/573. Die verordening is op 20 februari 2024 gepubliceerd en vervangt de oude Europese regels uit Verordening (EU) 517/2014. Het doel is duidelijk: de uitstoot van gefluoreerde broeikasgassen verder terugdringen, lekverliezen beperken en de overstap naar alternatieven versnellen. Voor de praktijk betekent dat vooral drie dingen: strengere product- en markteisen, meer aandacht voor natuurlijke koudemiddelen en een zwaardere certificeringsstructuur voor monteurs en bedrijven.

Waarom deze regels zijn aangescherpt

Veel airco’s, warmtepompen en koelinstallaties werken met koudemiddelen die technisch goed presteren, maar ook een forse klimaatimpact kunnen hebben als ze vrijkomen. Juist daarom ligt de focus van de wetgever op emissiepreventie, lekdicht werken, correcte terugwinning en aantoonbare vakbekwaamheid. De tijd dat koudemiddelwerk vooral werd gezien als een specialistisch detail binnen een installatieklus ligt achter ons. Het is nu een apart compliance- en veiligheidsdomein geworden.

Voor consumenten en zakelijke opdrachtgevers is dat belangrijker dan het misschien klinkt. Een installatie kan op papier een goed merk en prima specificaties hebben, maar alsnog teleurstellen als de montage, het vacumeren, de afpersing, het vullen, het afstellen of het onderhoud niet correct gebeurt. De nieuwe regels zijn dus niet alleen milieuregelgeving. Ze zijn ook bedoeld om de technische kwaliteit in de markt omhoog te trekken.

De nieuwe F-gassenverordening in het kort

De Europese verordening 2024/573 legt regels vast over containment, gebruik, terugwinning, recycling, regeneratie, vernietiging, rapportage en certificering van F-gassen. Daarnaast stuurt de verordening nadrukkelijk op een versnelling richting alternatieve middelen en schonere technieken. Daarmee ontstaat een strakker kader voor iedereen die betrokken is bij ontwerp, installatie, service, onderhoud, reparatie en buitengebruikstelling van koel- en klimaatsystemen.

Een belangrijk punt is dat de regelgeving niet meer alleen kijkt naar de traditionele F-gassen zelf. Ook de veilige omgang met relevante alternatieven is nadrukkelijk onderdeel geworden van de nieuwe certificeringslogica. Dat is een wezenlijk verschil met de oude praktijk. De markt wil duurzamere oplossingen, maar die vragen wel andere kennis en veiligheidsdiscipline.

Natuurlijke koudemiddelen vragen juist méér vakkennis

In de praktijk gaat het dan onder meer over installaties met CO2, ammoniak en koolwaterstoffen. Dat zijn alternatieven die vanuit klimaatperspectief vaak aantrekkelijker zijn, maar technisch en veiligheidsmatig niet altijd eenvoudiger. CO2-systemen werken op andere drukken dan veel monteurs gewend zijn. Koolwaterstoffen kunnen brandbaar zijn. Ammoniak vraagt om een serieuze veiligheidsaanpak en specifieke technische kennis.

De wetgever zegt daarmee in feite het volgende: overstappen naar betere koudemiddelen is gewenst, maar dat moet wel veilig en aantoonbaar deskundig gebeuren. De certificering wordt daarom verbreed. Niet omdat de markt extra papierwerk nodig heeft, maar omdat de technische risico’s en verantwoordelijkheden veranderen.

Wat betekent dit voor airco’s en warmtepompen?

Voor stationaire koeling, airconditioning en warmtepompen is vooral de Europese Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215 relevant. Die is vastgesteld op 6 september 2024 en gepubliceerd op 9 september 2024. Deze regeling werkt artikel 10 van de F-gassenverordening verder uit en stelt minimumeisen aan certificaten voor natuurlijke en rechtspersonen die werken aan onder meer stationaire airco’s, warmtepompen en koelapparatuur.

Belangrijk daarbij is dat de scope breder is geworden. De regeling ziet niet alleen op apparatuur met F-gassen, maar ook op alternatieven zoals ammoniak (NH3), kooldioxide (CO2) en koolwaterstoffen, voor zover relevant binnen de betreffende toepassingscategorie. Daarmee verschuift de markt van een beperkte F-gasbenadering naar een bredere certificeringsverplichting rond koudemiddelhoudende installaties.

Wat verandert er in Nederland bij certificering?

In Nederland wordt deze Europese wijziging vertaald in de bekende certificeringsstructuur via BRL 100 voor ondernemingen en BRL 200 voor natuurlijke personen. IPLO heeft bevestigd dat deze beoordelingsrichtlijnen zijn herzien om aan te sluiten op de nieuwe Europese eisen. Daarbij zijn zowel de scope als de inhoud aangescherpt.

Voor monteurs is vooral van belang dat volgens de Nederlandse uitwerking vanaf 29 maart 2026 nieuwe persoonscertificaten onder het vernieuwde systeem worden afgegeven voor werkzaamheden die onder de nieuwe uitvoeringsverordeningen vallen. Daarbij wordt gewerkt met nieuwe certificaatcategorieën zoals A1, A2, B, C, D en E. Welke categorie van toepassing is, hangt af van het soort installatie en de aard van de werkzaamheden.

Voor bedrijven start volgens IPLO vanaf 1 september 2026 de overgang naar de nieuwe bedrijfscertificeringsscope onder BRL 100 versie 3.0. Dat betekent dat bedrijven hun processen, instructies, opleidingsniveau, auditvoorbereiding en documentatie moeten laten aansluiten op de nieuwe eisen. De oude BRL 100 versie 2.0 blijft niet onbeperkt bestaan; volgens IPLO vervalt die uiterlijk op 31 augustus 2028.

Overgangsregels betekenen niet dat u kunt afwachten

Een veelgemaakte fout is denken dat overgangsregelingen betekenen dat er voorlopig niets hoeft te gebeuren. In de praktijk is het omgekeerde waar. Bedrijven die wachten tot het laatste moment lopen het risico op opleidingsachterstand, capaciteitsproblemen en vertraging bij audits of hercertificering. Zeker in een markt waarin airco’s en warmtepompen volop worden verkocht, kan dat direct effect hebben op planning en inzetbaarheid.

IPLO heeft daarnaast aangegeven dat er voor bepaalde onderdelen, zoals examens rond NH3 en CO2, overgangsaanpassingen nodig zijn geweest vanwege de complexiteit van de examendatabase en de veiligheidsinhoud. Maar ook daar is de lijn helder: de overgang is tijdelijk, de eindrichting is definitief en de nieuwe certificeringssystematiek wordt leidend.

Wat controleert de ILT?

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is in Nederland toezichthouder op dit onderwerp. De ILT maakt duidelijk dat monteurs en bedrijven de juiste certificaten nodig hebben voor werkzaamheden aan installaties met F-gassen of ozonlaagafbrekende stoffen, waaronder airconditioners, koelinstallaties en warmtepompen. Dat gaat niet alleen om installatie, maar ook om service, onderhoud, reparatie, lekkagecontrole, buitendienststelling en terugwinning.

De ILT kan handhaven als zonder geldig certificaat wordt gewerkt. Er is bovendien een meldmogelijkheid voor situaties waarin vermoed wordt dat een installateur, monteur of bedrijf zonder de vereiste certificering met koudemiddelen werkt. Dat onderstreept dat certificering geen vrijblijvende brancheafspraak is, maar een echte wettelijke randvoorwaarde.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

Voor opdrachtgevers, zowel particulier als zakelijk, is de belangrijkste les simpel: kijk niet alleen naar prijs en levertijd. Vraag ook of het bedrijf en de betrokken monteurs aantoonbaar correct gecertificeerd zijn voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Zeker bij systemen met koudemiddelcircuits is dat geen formaliteit. Het zegt iets over vakbekwaamheid, veiligheid, netheid van werken en de kans op problemen achteraf.

Een serieuze installateur kan uitleggen hoe hij omgaat met druktesten, vacumeren, lekdicht werken, inbedrijfstelling, service, onderhoud en terugwinning. Ook moet duidelijk zijn welk certificeringsniveau van toepassing is op de mensen die daadwerkelijk aan de installatie werken. Dat voorkomt discussies achteraf en is uiteindelijk in het belang van comfort, rendement en levensduur.

Wat betekent dit voor installateurs?

Voor installatiebedrijven betekent dit dat koudemiddelwerk nog minder geschikt is voor losse improvisatie en nog meer vraagt om structuur. Denk aan werkprocessen, gereedschapsbeheer, registratie, scholing, actualisatie van kennis en een heldere afbakening van wie welke werkzaamheden mag uitvoeren. Bedrijven die dat op orde hebben, zullen juist profiteren. Zij kunnen opdrachtgevers beter uitleggen waarom kwaliteit meer is dan alleen een toestel ophangen.

De nieuwe wetgeving is daarmee niet alleen een verplichting, maar ook een kans om verschil te maken in een drukke markt. Zeker nu steeds meer consumenten en bedrijven investeren in verduurzaming, is aantoonbare deskundigheid een concurrentievoordeel. Wie zijn certificering serieus neemt, laat zien dat veiligheid, milieuzorg en technisch vakmanschap geen bijzaak zijn.

Conclusie

De regelgeving rond koudemiddelen is strenger geworden en de certificering is breder en inhoudelijk zwaarder ingericht. Dat is logisch. Wie werkt aan airco’s, warmtepompen en andere koudemiddelhoudende installaties werkt niet alleen aan comfort, maar ook aan klimaatimpact, veiligheid en technische betrouwbaarheid.

Per 21 augustus 2026 is de richting helder: de Europese F-gassenverordening 2024/573 vormt het nieuwe kader, de uitvoeringsregels zijn verder uitgewerkt en Nederland heeft de vertaling naar nieuwe BRL-eisen en overgangsdata al ingezet. Voor zowel monteurs als opdrachtgevers is het daarom verstandig om nu al scherp te zijn op certificering, kennisniveau en correcte uitvoering.

Wilt u een airco of warmtepomp laten installeren en zeker weten dat dit volgens de geldende regels gebeurt? Dan is het verstandig om niet alleen naar het product te kijken, maar vooral ook naar de partij die het werk uitvoert.

Vragen na het lezen?

Plan een intake en ontvang direct advies op basis van jouw woning of project.

Veelgestelde vragen

Wat is de levertijd van een airco?

Gemiddeld kunnen wij binnen 2 tot 4 weken installeren, afhankelijk van het seizoen.

Krijg ik garantie op de installatie?

Ja, u krijgt standaard 2 jaar garantie op de installatie en 5 jaar fabrieksgarantie op de apparatuur (bij jaarlijks onderhoud).

Doen jullie ook service aan systemen die niet door jullie zijn geplaatst?

In overleg is dit mogelijk. Wij voeren dan eerst een nul-beurt inspectie uit.

Kan ik mijn airco ook gebruiken om te verwarmen?

Ja, moderne airco's zijn zeer geschikt als bijverwarming en kunnen in de winter efficient verwarmen.

Wij werken met premium partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van acties, onderhoud en slimme klimaatoplossingen

Ontvang praktische updates over airco, warmtepompen en service. Geen spam, wel relevante tips en exclusieve aanbiedingen.

Door op inschrijven te klikken ga je akkoord met ontvangst van de nieuwsbrief. Je kunt je altijd weer uitschrijven.

Chat via WhatsApp